Huidige tijd:0:00Totale duur:3:31
0 energiepunten
Ben je voor een examen aan het leren? Bereid je voor met deze 8 lessen op Optellen en aftrekken.
8 lessen bekijken

Redactiesom over optellen: paarden

Videotranscript
Een boer gebruikte hekpalen om een hek te bouwen voor Hazel Horse en Pauly Pony. De boer gebruikte 26 hekpalen voor het hek van Hazel Horse, en 19 hekpalen voor het hek van Pauly Pony. Hoeveel hekpalen heeft de boer in totaal gebruikt? Ik stel voor dat je de video even stilzet en het zelf probeert te doen. Ik neem aan dat je het geprobeerd hebt, dus laten we het nu samen doen. Als je zo'n redactiesom als deze wil doen, moet je nagaan: wat vragen ze? welk verhaal vertellen ze? Een boer zet hekpalen voor twee verschillende paarden: Hazel Horse en Pauly Pony. Er staan zelfs plaatjes van Hazel Horse en Pauly Pony. Ze lijken erg op elkaar. De boer gebruikte 26 hekpalen om het hek van Hazel Horse te bouwen. Dat zijn dus deze 27 hekpalen. Dit zijn de 26 hekpalen voor het hek van Hazel Horse. Ik heb ze niet geteld, maar ik wil best geloven ... dat er hier 26 staan, en hier 19 hekpalen voor het hek van Pauly Pony. Dit zijn 19 hekpalen. Hoeveel hekpalen heeft de boer bij elkaar gebruikt? In totaal: wat moeten we dus doen ? Moeten we deze getallen optellen of aftrekken? Nou, ze willen het "totaal". Hoeveel hekpalen heeft de boer in totaal gebruikt? Het totaal betekent hoeveel er voor Hazels hek en Pauly's hek samen gebruikt zijn. We moeten deze twee getallen dus optellen. We gaan 26 + 19 optellen. De 26 staat in die bruine kleur. Dat zijn de 26 hekpalen voor het hek van Hazel Horse. En dat tellen we op bij 19. We tellen dat op bij 19. 26 voor Hazel Horse ... en dan 19 voor Pauly Pony. We willen ze optellen, want de vraag is: hoeveel hekpalen zijn er in totaal gebruikt... voor Hazels of Pauly's hek. Laten we deze twee optellen. Laten we eerst naar de eenheden kijken. 6 eenheden + 9 eenheden = 15 eenheden, maar hier kunnen we maar één cijfer kwijt. 15 is hetzelfde als 5 eenheden en 1 tiental, toch? 15 is gewoon 1 tiental en 5 eenheden. We hebben deze 10 eenheden samen genomen als 1 tiental hier. Dat noemen sommigen de 1 doorschuiven. We zeggen 6 + 9 =15, en 15 is 5 eenheden en 1 tiental. We schreven dat ene tiental bij de tientallen, en dan hebben we 1 tiental + 2 tientallen + 1 tiental. Nou, 1 + 2 + 1 = 4. Dus dat wordt 4 tientallen. 45 dus. Hoeveel hekpalen heeft hij in totaal gebruikt? 45. Misschien dat sommige van jullie 19 van 26 hebben afgetrokken. Dat zou je moeten doen als de vraag geweest was: "Hoeveel méér hekpalen gebruikte de boer voor Hazels hek dan voor Pauly's hek?" Dan zou je 19 van 26 aftrekken. Maar ze vroegen niet hoeveel hekpalen er voor Hazel méér gebruikt zijn dan voor Pauly. Of hoeveel minder er gebruikt zijn voor Pauly dan voor Hazel. Dat vroegen ze niet. Ze vroegen: "Hoeveel hekpalen heeft de boer in totaal gebruikt?" En daarom hebben we opgeteld.