Huidige tijd:0:00Totale duur:5:34

Positieve & negatieve getallen vermenigvuldigen

Videotranscript

We weten dat als we positief 2 met positief 3 vermenigvuldigen, het antwoord 6 is. In deze video zullen we kijken naar positieve en negatieve getallen. Een positief getal keer een ander positief getal wordt een positief getal. Dus als we een positief getal nemen en het vermenigvuldigen Met een ander positief getal, het resultaat positief zal zijn. Nu maken we het wat ingewikkelder met negatieve getallen. Wat zou het antwoord zijn, als we min 2 vermenigvuldigen met plus 3? 1 manier om hier naar te kijken is min 2 dat drie keer wordt herhaald. Dus min 2 plus min 2 plus min 2. Min 2 plus min 2 is min 4, plus min 2 is min 6. Het antwoord is dus min 6. Een andere manier om het te bekijken is Als we 2 keer 3 zouden hebben, Zou het antwoord 6 zijn. Maar omdat 1 van de 2 getallen negatief is blijft ons resultaat negatief. Als we een negatief getal met een positief getal vermenigvuldigen Krijgen we een negatief getal. Wat gebeurt er als we de volgorde omkeren? Dus als we 3 keer min 2 doen. Dat maakt niet uit. Wanneer we iets vermenigvuldigen, is de volgorde niet belangrijk. Het resultaat zal hetzelfde zijn. Als we 2 keer 3 zeggen, wat 6 is, of 3 keer 2, wat ook 6 is. Daarom krijgen we ook hier hetzelfde resultaat. Plus 3 keer min 2 geeft ons hetzelfde resultaat. Het antwoord is min 6. 3 keer 2 zou 6 zijn, maar omdat 1 van de 2 getallen negatief is, is ons resultaat ook negatief. Daarom kunnen we zeggen dat een positief getal keer een negatief getal, negatief wordt. Hier is het instellen van de dezelfde 2 afhankelijk van de volgorde, we vermenigvuldigen. Deze zijn het zelfde, met alleen de volgorde omgekeerd. Namelijk 1 negatief getal vermenigvuldigd met 1 positief getal. Zij hebben beide een negatief resultaat. Laten we nu kijken naar de derde optie, waar beide getallen negatief zijn. We vermenigvuldigen min 2 met min 3. Dit vind je misschien het minst logische. Ik leg het nu vast uit en in volgende video's ga ik er verder op in waarom het zo is. en waarom het de wiskunde samenhangend maakt. Plus 2 keer plus 3 is 6. Maar we hebben een negatief getal keer een negatief getal. 1 manier waarop we hier naar kunnen kijken is dat de negatieve getallen elkaar opheffen. Daarom krijgen we plus 6. Wij hebben niet de plus 6 geschreven. Dit is gewoon om te benadrukken dat het positief is. Nu hebben we weer een nieuwe vuistregel. Als we een negatief getal keer een negatief getal hebben; dus de negatieven heffen elkaar op Dan krijgen we dus een positief antwoord. Nu we deze regels hebben, proberen we een aantal voorbeelden. Zet de video op pauze en probeer ze eerst zelf, voordat ik ze uitleg. Laten we beginnen met min 1 keer min 1. 1 x 1 zou 1 zijn, maar we hebben een negatief getal keer een negatief getal. De negatieven heffen elkaar op, dus krijgen we een positief antwoord. Het antwoord is dus plus 1. We kunnen gewoon 1 schrijven, of +1 om het te benadrukken. Wat zouden we krijgen als we min 1 keer 0 doen? Het past eigenlijk niet in een van onze regels. 0 is niet positief, maar ook niet negatief. We moeten hier gewoon onthouden dat 0 altijd 0 is. Daarom is het antwoord van min 1 keer 0: 0. We kunnen ook zeggen 0 keer min 783, en het zou ook 0 zijn. Laat ik een paar interessante sommen doen. Wat dacht je van 12 keer min 4? 12 keer plus 4 zou 48 zijn. Maar we zien dat 1 getal negatief is; 4 is negatief. Als precies 1 van de 2 getallen negatief is, zal het antwoord negatief zijn. Deze regel geldt hier. We hebben 1 negatief getal, dus is het antwoord een negatief getal. Dit is dus eigenlijk steeds -4 optellen, en dat 12 keer. Dat is dus -48. Laten we er nog 1 doen. Wat is 7 keer 3? Het is een beetje een strikvraag. Er zijn geen negatieve getallen. Het is plus 7 keer plus 3. Hier, we gebruiken de 1e regel. Voor we met de video begonnen wisten we dit al. Het antwoord is 21. We doen er nog 1. Wat is min 5 keer min 10? Wanneer we een negatief getal met een negatief getal vermenigvuldigen, Is het antwoord positief. Het is dus 5 keer 10 en dat is 50. 2 negatieven heffen elkaar op en het antwoord zal positief zijn. Met andere woorden, deze regel hier.