Huidige tijd:0:00Totale duur:4:48

Breuken vergelijken met gelijke tellers en noemers

Videotranscript

We vergelijken de breuk 4/7 met 5/7. We vergelijken de breuk 4/7 met 5/7. Pauzeer deze video en denk na over welk van deze breuken groter is. over welk van deze breuken groter is. Wat je nu op zou kunnen vallen is dat ze onderaan hetzelfde nummer hebben, dat ze onderaan hetzelfde nummer hebben, welke we de "noemer" noemen. De noemer is bij allebei 7. Dit zijn letterlijk 4 zevendes. En dit zijn er letterlijk 5. We kunnen 4/7 dus opschrijven als 4 keer 1/7. En we kunnen 5/7 opschrijven als 5 keer 1/7. Dit is 5/7. Dit is 5/7. Dus als je 4 van iets hebt en 5 van iets, wat zal dan meer zijn? Dat is duidelijk 5 keer 1/7. 4/7 is kleiner, 5/7 is groter. We kunnen nu een "minder dan" symbool opschrijven. Hoe ik het groter en kleiner dan onthoud is dat de kleinste punt van het symbool altijd aan dezelfde kant is als het kleinste getal. Dus dit is 4/7 is kleiner dan 5/7, of dat 4 keer 1/7 kleiner is dan 5 keer 1/7. We doen nu een andere som, maar we gebruiken niet dezelfde noemer, maar dezelfde teller. We vergelijken 3/4 met... laten we zeggen 3/9. Welk van deze twee breuken is groter? Pauzeer nog een keer de video en denk er eerst zelf over na. Zoals ik al zei hebben we nu niet dezelfde noemer. Het bovenste getal is nu gelijk. Hier heb je hetzelfde onderste getal, de noemer. Hier hebben we dezelfde "teller". We hebben hier de 3 staan. En 3/4 is letterlijk 3 keer 1/4. 3/9 kun je zien als letterlijk 3 keer 1/9. 3/9 kun je zien als letterlijk 3 keer 1/9. Dus we hebben 3/4 en 3/9. Dus we moeten weten wat groter is: een vierde of een negende? Denk erover alsof je begint met een hele, Denk erover alsof je begint met een hele, ik teken nu een hele Ik maak hier nog een hele, die is even groot. Een vierde is de hele nemen en die verdelen in 4 stukken. Een negende is de hele in 9 gelijke stukken verdelen. Een negende is de hele in 9 gelijke stukken verdelen. We verdelen dit nu in 4 gelijke stukken. Ik probeer het zo goed mogelijk met de hand. Dus dat zijn 2 gelijke stukken en dit zijn er ongeveer 4. Dus dat daar is 1/4. En ik teken hier de negenden. Ik verdeel dit eerst in 3 gelijke stukken. Dus dit zijn dan derden. En dan deel ik deze weer in 3 gelijke stukken. Dus dit is mijn poging om met de hand 9 gelijke stukken te tekenen, die de hele in 9 stukken verdeeld. Dus als je hier kijkt, je zult het misschien al gezien hebben, als je iets deelt in 4 gelijke stukken, is ieder stukje groter dan wanneer je het deelt in 9 gelijke stukken. Een negende is kleiner dan een vierde. 1/9 is kleiner dan 1/4. Dus 3/9 is ook kleiner dan 3/4. Dus wanneer je groter of kleiner dan doet, moet je de kleinste kant van het symbool aan dezelfde kant hebben als het kleinste getal. Dat ziet er dan zo uit. En dit is het "groter dan" symbool, want het rechter getal is meer. 3/4 is groter dan 3/9. En als je niet alleen 1/4 en 1/9 wilt laten zien, kunnen we dit ook inkleuren. 3 keer een vierde, dat is 1, 2, 3. En 3 keer 1/9 of 3/9, is 1, 2, 3. En als je het zo ziet is het best duidelijk. Maar het belangrijkste om te weten is dat als de noemer groter is, je de hele in meer stukjes verdeeld dus elk stukje is dan kleiner. Als je de noemer groter maakt wordt de breuk kleiner. Als je de teller groter maakt dan is de breuk ook groter. Als je de teller groter maakt dan is de breuk ook groter.