Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:7:22

Videotranscript

Ik heb hier een figuur. Ik heb hier een figuur. Je kunt het een rechthoekig prisma noemen. Ik wil het volume weten. Mijn eenheid is 1 bij 1 centimeter Een 1 bij 1 centimeter kubus, heeft een breedte van 1 cm, lengte van 1 cm en hoogte van 1 cm . heeft een breedte van 1 cm, lengte van 1 cm en hoogte van 1 cm . Dat noem ik 1 kubieke cm. Dus wil ik weten hoeveel kubieke cm is dit volume? Dat kan door te bekijken hoeveel van die kubieke cm in dit figuur passen zonder dat ze elkaar overlappen. Hadden we dit ding in ons hand dan konden we het tellen nu is het lastiger omdat we de achterste kubussen niet kunnen zien. achterste kubussen niet kunnen zien. Dus ik ga het anders doen. Wat zien we wel? Deze hier heeft een breedte Deze hier heeft een breedte van 2 eenheden. Dus is 2 cm breed. En het is 4 eenheden hoog. En het is 4 eenheden hoog. En het is 4 eenheden hoog. De diepte in is 3 centimeter. De diepte in is 3 centimeter. Nu wil ik weten hoe ik met die getallen uit kan rekenen hoeveel kubieke cm er in totaal zijn. Ik ga er plakken van maken. Ik ga er plakken van maken. Dus ik neem deze plak hier. uit de oorspronkelijke figuur. En ga kijken hoeveel er in die plak zitten. Deze is 2 cm breed en 4 lang. Deze is 2 cm breed en 4 lang. Je zou ze natuurlijk kunnen tellen. Je zou ze natuurlijk kunnen tellen. Dat geeft 8 kubusjes. Stel je hebt veel grotere getallen dan moet je wel heel veel tellen. Dus je kunt ook de breedte keer de hoogte nemen, van dit oppervlak. want het is maar 1 kubus diep dus geeft dat ook het totale aantal kubussen. dus geeft dat ook het totale aantal kubussen. De oppervlakte is 2 cm keer 4 cm. 2 cm keer 4 cm. 2 cm keer 4 cm. Dat is deze oppervlakte. Het aantal kubusjes is daar ook aan gelijk. is daar ook aan gelijk. Dus de oppervlakte is 8 cm en het aantal kubussen is ook 8. Willen we alle kubussen van dit figuur hebben moeten we 8 vermenigvuldigen met het aantal lakken, We hebben 1, 2, 3 plakken. Dat is 3 cm diep. Dus wordt het 3 keer dat aantal. Dus de oppervlakte van 1 plak Dus de oppervlakte van 1 plak vermenigvuldigen we met de diepte, en dat geeft ons het totaal kubusjes omdat een plak maar 1 kubus diep is en we 3 van die plakken hebben. Dus hebben we 1 plak, nog een plak en nog een plak. om de figuur weer te krijgen. Dus het volume is 2 cm keer 4 cm keer 3 cm. 2 keer 4 is 8 keer 3 is 24. 2 keer 4 is 8 keer 3 is 24. Even in roze. 24 kubieke centimeter. Dat is een manier van meten. Ik had natuurlijk ook een andere kant of plak kunnen nemen. kant kunnen nemen. Bijvoorbeeld deze hier. En dan hetzelfde doen. Laten we dat doen. Dit oppervlak is 3 cm bij 4 cm. Dit oppervlak is 3 cm bij 4 cm. Dat teken ik met blauw. Dat teken ik met blauw. Dus dit oppervlak is 12 vierkante cm. Dus dit oppervlak is 12 vierkante cm. Dus er zitten 12 kubusjes in deze plak. En hoeveel van deze plakken hebben we nodig voor het hele geval? Het is 2 cm diep dus hebben we 2 plakken nodig voor de hele figuur. Dus het volume wordt 3 keer 4 keer de breedte dus keer 2. de breedte dus keer 2. en 3 keer 4 is 12 keer 2 is 24. Dat is het aantal eenheden, het aantal kubieke cm het aantal kubieke cm dat erin past. 24 kubieke centimeters. Het kan ook met dit oppervlak. niet deze, niet deze, maar het bovenste vlak. Het bovenste vlak is 3 cm diep. Het bovenste vlak is 3 cm diep. en 2 cm breed. en 2 cm breed. Dus de oppervlakte hiervan is 3 keer 2 centimeter. is 3 keer 2 centimeter. is 3 keer 2 centimeter is 6 vierkante cm. Dus 6 kubusjes passen in deze plak die 1 kubus diep is. Hoeveel plakken zijn nodig? Het geheel is 4 cm hoog, en dit is maar 1 cm hoog dus hebben we er 4 bodig. Dus 1, 2, 3, 4. Dus 1, 2, 3, 4. Nu kunnen we het volume berekenen, door dit te nemen en met 4 centimeter te vermenigvuldigen. Dus 3 keer 2 is 6 keer 4 is 24 kubieke centimeters. De volgorde van vermenigvuldigen maakt niet uit. Je kan deze kant nemen keer de diepte. je kunt met hoogte, breedte en diepte vermenigvuldigen in elke volgorde. vermenigvuldigen in elke volgorde. het maakt dus niet uit in welke volgorde je die drie neemt. Je kan eerst 2 keer 4 nemen keer 3. Of 3 keer 4 nemen keer 2. Of 2 keer 3 en dan keer 4. Bij vermenigvuldigen maakt de volgorde nooit uit. Als je zo'n figuur als deze hebt en je weet lengte, breedte en diepte dat is 4, 3 en 2 cm. dan kun je dus zeggen dat het volume, het aantal eenheden dat het volume, het aantal eenheden 2 keer 4 keer 3 cm is. en dat is hebben we nu 3 keer gezien 24 kubieke centimeters.