If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:3:29

Schatten van de uitkomst van een optelsom of aftreksom met getallen van drie cijfers

Videotranscript

Wat we in deze video gaan doen is oefenen met schatten bij het optellen en aftrekken van driecijferige getallen. Dus, hier staat 398 plus 251, en dit golvende is-teken betekent dat we alleen hoeven te schatten. We willen weten hoeveel dit ongeveer gelijk aan is? Dus normaal zeg ik, pauzeer de video maar hier wil ik dat je het in je hoofd uitrekent. Dus ik wacht gewoon Ik stop even met praten en kijk of je er op kan komen wat dit is misschien geef ik je een paar seconden want de bedoeling is om te schatten niet om het exacte antwoord te krijgen. Okee, ik neem aan dat je het geprobeerd hebt. Nou vertel ik je hoe ik er over denk. We kunnen er natuurlijk papier bij pakken of misschien kan je zelfs in je hoofd op het exacte antwoord komen maar in het dagelijks leven, bijvoorbeeld in de supermarkt dan denk je, okee, Het is misschien een wat dure supermarkt, iets is €398, en iets anders is €251. Hoeveel kost het me ongeveer als ik ze allebei koop? In mijn hoofd doe ik, okee, 398 rond ik in ieder geval af naar een tiental misschien zelfs naar een honderdtal. Laten we afronden naar het dichtstbijzijnde tiental. Bij 398 is dat ook het dichtstbijzijnde honderdtal. Dus dan is dit ongeveer 400. En dit, 251 is ongeveer 250. Dus als je die twee optelt, krijg je iets dat ongeveer gelijk is aan 650 En gelukkig voor ons, is dat één van de antwoorden en wat ik nu ga doen is niet schatten maar kijken hoe ver we er naast zaten. Dus als we echt gaan optellen, 398 plus 251. Acht plus één is negen. Negen plus vijf is 14. Dit zijn 14 tientallen. We schrijven vier tientallen hier, en de andere 10 tientallen hergroeperen we tot een honderdtal en dan één- plus drie- plus 200 is 600. Dus in dit geval zaten we super dichtbij met onze schatting en als je niet het exacte getal nodig hebt, nou, dan is dat dus prima. Laten we nog een voorbeeld doen. Hier gaan we aftrekken. Dus nogmaals, pauzeer de video of probeer het zo snel te doen als je kan. Probeer te schatten wat het verschil is. 678 min 273. Okee, laten we het samen doen. Er zijn een paar manieren om dit aan te pakken. Je kan afronden naar een tiental en dan is dit ongeveer zeshonderd... eens zien, het dichtstbijzijnde tiental, dan rond je hier af naar boven dus dan kom je op 680 min je zou kunnen zeggen 270 waarmee je komt op en hier moet je nog steeds een beetje hoofdrekenen Wat is dat? 600 min 200 is 400 en 80 min 70 is 10. Dus dat is één manier maar je kan ook grover schatten. Je kan ook afronden op een honderdtal. Dus dan zeg je, kijk, 678, het dichtstbijzijnde honderdtal is 700 en dan min 273, het dichtstbijzijnde honderdtal is dan 300 dus dat is nog grover geschat maar we krijgen nog steeds een vergelijkbaar antwoord en hoe we ook schatten, of we nou grof schatten of iets minder grof, het antwoord is ongeveer 400. Dus je kan er op vertrouwen dat dit het goede antwoord is De reden dat we werken met meerkeuzevragen bij het schatten is dat niet iedereen precies hetzelfde doet maar het goede antwoord is dan waar elke redelijke schatting het dichtst bij komt.