Huidige tijd:0:00Totale duur:3:28

Videotranscript

Vul de tabel in met hele getallen om 0,25 op verschillende manieren te schrijven. Eén manier is dat de 2 uit 0,25 op de plek van de tienden staat. Er staat dus eigenlijk 2 tienden. De 5 staat op de plek van de honderdsten, dus hier is dat 5 honderdsten. Dat is één manier om het te bekijken. Maar we kunnen ook de waarden anders sorteren tussen deze twee waarden. Bijvoorbeeld. wat gebeurt er als we maar 1 tiende hebben, Hoeveel honderdsten zouden we dan moeten hebben? Goed, 1 tiende is 10 honderdsten. Dus als we de 10 honderdsten nemen die we hiervan hebben gehaald, en het op de plek van de honderdsten zetten, dan krijg je 15 honderdsten. En dan kun je zien dat 1 tiende plus 15 honderdsten gelijk is aan 25 honderdsten. Anders gezegd is dat 10 honderdsten plus 15 honderdsten hetzelfde is als 25 honderdsten. Nog een manier. Je hebt geen tienden maar gebruikt honderdsten, want 2 tienden is hetzelfde als 20 honderdsten. Dus 20 honderdsten plus 5 honderdsten is 25 honderdsten. Laten we er nog meer proberen. Deze zijn leuk. Vul de tabel in met hele getallen om 20,1 op verschillende manieren te schrijven. In de tabel zie je de kolommen van tienen en tienden. Dus ik neem aan dat we niets neerzetten op de plek van de eenheden. In het voorbeeld hebben we ook geen eenheden gebruikt. Dus we kunnen de 2 in de kolom van de tientallen zetten, 2 tienen. En de 1 in de kolom van de tienden, 1 tiende. Wat zou er gebeuren als we de waarden anders zouden groeperen van de kolom van tienen naar de tienden. Dus als we maar 1 tien hebben, hebben we een andere 10 die we in tienden moeten zetten. 1 tien is hetzelfde als 10 eenheden, die weer hetzelfde zijn als 100 tienden. Dus eigenlijk hebben 100 tienden. Let wel op, we hebben nog 10 extra te gebruiken. Dat is hetzelfde als 100/10, ook wel 100 tienden. En we hadden al 1 tiende. Dus 100 tienden plus 1 tiende is 101 tienden Dat best verwarrend. We hebben tienen en tienden. Laten we het opnieuw doen. Wat gebeurt er als we alle waarden op de plek van de tienen zetten? We hebben dus 2 tienen, of 20 om mee te rekenen. En hoeveel tienden is 20? Ok, je hebt 10 tienden per 1. Dus 20 is 200 tienden. Neem de 200 tienden van de plek van de tienen. Voeg ze toe aan de 1 tiende. En je krijgt 201 tienden. Nog een voorbeeld. Laten we 2,1 op drie verschillende manier schrijven. Hier zie je twee kolommen; eenheden en tienden. We kunnen het schrijven als 2 eenheden. En 1 tiende. We kunnen het ook schrijven als 1 eenheid. En nu weer hetzelfde liedje als zojuist. We hebben één extra 1 om mee te spelen. Dus dat is 10 tienden. Plus de 1 tiende die we al hadden is dus 11 tienden. Of als we geen eenheden hebben... 2,1 is hetzelfde als 21 tienden. De 2 is dus 20 tienden. En we hebben nog de 1 tiende. Dus 20 tienden plus 1 tiende is 21 tienden.