If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:8:47

Videotranscript

We gaan 16 keer 27 uitrekenen. Ik doet dat met een oppervlaktes zodat je helemaal begrijpt wat vermenigvuldigen is hoe dat gaat. 16 kunnen we splitsen in 10 en 6. Deze 1 is één tiental. Dus staat voor 10. Dus kunnen we dat zien als 10 en 6. Ik doe de 6 in groen. 10 plus 6. ik teken de 10 en 6 hier. Dus dit is 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 Dus dit blauwe is de 10. Dus we hebben 10 streepjes 10 vakjes. En dan de 6, die doe ik in groen, even uittellen 1, 2, 3, 4, 5, 6. Dus 16 is deze hele lengte. Het blauwe is de 10 Het groene de 6. Dus 10 komt van de 1 als tiental. Dit is één 10 en dit is 6 enen. Nu nemen we 27. De 2 staat voor 20 op de plak van de tientallen Dus tellen we 20 uit. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13 13, 14 15, 16 17, 18, 19 20. Dus tot aan hier heeft deze lijn een lengte van 20. heeft deze lijn een lengte van 20. maar is is geen 20 maar 27. Dus 20 plus 7. Dus 7 vanaf hier 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7. Dus als we 16 keer 27 nemen krijgen we zo een oppervlak van een rechthoek van 16 bij 27 Dus dit is 16 - breedte 16 Deze lijn een beetje verder trekken De hoogte van mijn rechthoek is 27. De hoogte van mijn rechthoek is 27. Dit is l, 2, 3, 4, 5, 6, 7. Dus de oppervlakte van de rechthoek is 16 keer 27. Nu kunnen we dit in stukjes opdelen die makkelijker uit te rekenen zijn en zien hoeveel elk deel is. Dus bijvoorbeeld 10 - dus laat me elk deel apart tekenen Dus dit is 10 breed En dan tekenen we dit deel. Dus kunnen we van elk deel de oppervlakte berekenen en dan het oppervlak van de hele rechthoek dat is dit oppervlak, van alle delen bij elkaar Dus laten we eerst uitrekenen wat 20 keer 10 is. dat is natuurlijk eenvoudig. Dat is 200. 2 keer 1 met twee nullen. Of je weet het zelfs uit je hoofd. dat 20 keer 10 is 200. dat 20 keer 10 is 200. Dus 20 keer 10 is 200. Dat markeer ik even met een kleur ik neem blauw Dus dat is blauw van de 10 Ik gebruik oranje voor de 20. zodat dit duidelijk het product van beide getallen is. Dus 20 keer 10 is 200 Wat is 20 keer 6? 2 keer 6 is 12, dus komt er een nul bij. Dus dit is 120. En dat is oranje. En dat is oranje. Dus dit is een 20. En dan groen voor de 6. En dan groen voor de 6. 20 keer de 6. Wat is nu hier de oppervlakte van? Het is 7 bij 10. Dat is 7 keer 10, dat is 70. Ik heb hier een oppervlakte van 70 eenheden, in paars doe ik dat hier blauw. Ha, het lijkt wel kunst! Hier ook nog wat blauw. en dan tot slot dit kleine deel nog hier. en dan tot slot dit kleine deel nog hier. Dat is 7 lang en 6 breed 7 keer 6 is 42 eenheden de oppervlakte is 42. Ook dat kleur ik. Ik stop er wat knalroze in dan wat groen erbij. Wat is nu de oppervlakte van het geheel? Dat is 200, plus 120, Dat is 200, plus 120, plus 70 plus 42. Als je dat onder elkaar optelt krijg je een 2 2 tienen plus 7 tienen is 9 tienen is 13 tienen samen, dat is 3 tienen en 1 honderd. Dan is dit 4 Heb ik dat goed opgeteld? Dit is 11. Ja, klopt. Dus dit is 432. Dus dit is 432. Nu vraag je mij natuurlijk waarom doen we dit zo? Je hebt eerder vast gezien dat 16 keer 27 ook op deze manier kan. dus dan nemen we eerst de 7 en 7 keer 6 is 42. en 7 keer 6 is 42. We nemen de 4 mee. Op de plek van de tientallen omdat het 40 is. maar 7 keer 6 hebben we ook hier gedaan vermenigvuldig je de 7 met de 1 eigenlijk 7 keer 10 en dan de 4 erbij van de 42 dus als de 7 keer deze 1 doet is dat hetzelfde als deze oppervlakte. Wanneer je dit weer meeneemt deze 4 en hier opschrijft neem je eigenlijk de som van deze twee. omdat je met 7 keer 16 dit gebied krijgt omdat je met 7 keer 16 dit gebied krijgt Daar gaan we 7 keer 1 is 7 plus 4 is 11 Dus 112, wat we hier ook hadden. is dit gebied hier. Dus 7 keer 10 is 70, plus 7 keer 6 is 42. Gaan we naar de tientallen dan zet je er een nul bij dan zet je er een nul bij maar waarom? Omdat deze 2 een 20 voorstelt. dus 2 keer 6 geeft 12 schrijf de 2 op en neem de 1 mee. Dat zou niet goed zijn Want dit is een 20 Dus dat is waarom de 0 hier moet.Dus dat is waarom de 0 hier moet. Ik veeg dit uit, anders wordt het verwarrend 2 keer 6 is 12 dus de 2 hier en de 1 meenemen eigenlijk is het 20 keer 60 is 120 hier hadden we dat ook hier hadden we dat ook En dan 20 keer 10 is 200 met de 1 van de 120 erbij. Dus dat is 300. Dus toen we de 2 met 16 vermenigvuldigden rekenden we deze oppervlakte uit. we namen daarvoor 20 keer 6. en 20 keer 10 om dit te krijgen Bij 20 keer 6 namen we de `mee naar de plek van de hondertallen We telden dat op en kregen 320. Dus door deze stap hier Krijg je deze twee delen bij elkaar deze en deze deze en deze 2 plus 0 is 2 1 plus 2 is 3 1 plus 3 is 4 1 plus 3 is 4