Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:3:29

Videotranscript

PLAATSWAARDEN Oefening 1 De 4 in het getal 5634 is [invullen] keer... ... [invullen] dan de 4 in het getal 12.749 Wat wordt er bedoeld? Het cijfer 4 in 5634 staat bij de eenheden. Het heeft dus de waarde 4 Maar het cijfer 4 in 12.749 staat bij de tientallen. Dat heeft dus de waarde 40! Deze 4 is dus 10x kleiner dan deze 4 Je kan ook zeggen... ...deze betekent het cijfer 4, terwijl deze 40 betekent. Het is dan 10 keer... kleiner... dan de 4 in 12.749 Want 4 is 10 keer kleiner dan 40 Kijken of het goed is. Laten we er nog eentje doen. Het getal 3.779.264 - nee: ...in het getal 3.779.264: hoeveel keer kleiner... is de tweede 7 kleiner dan de eerste 7? Hoeveel keer kleiner is de waarde van de tweede 7... ... dan de waarde van de eerste 7? De tweede 7 hier staat bij de tienduizenden. De tweede 7 hier staat bij de tienduizenden. Dat betekent 70.000, want 7 maal 10.000 is 70.000 En deze betekent 700 duizenden, dus 700.000. Dus de tweede 7 is ééntiende van de eerste 7. Je kan ook zeggen: het is 10x kleiner. Dit is 70.000 en dit is 700.000. Dus de waarde van de tweede 7 is 10x kleiner, dan de waarde van de eerste 7. Laten we er nog eentje maken. Dit is leuk. Vul de volgende lege vakjes in: wat is de verhouding tussen 25.430 en 25.43? Oké, dus 25.430 is 10x... ...gróter dan 25.43 Want als je dit met 10 vermenigvuldigt, krijg je 25.430 De getallen in 25.430 staan één plaats... [invullen] van de getallen in 25.43. Laten we even nadenken. Hier staat een 2 bij de duizendtallen. Hier staat een 2 bij de tienduizendtallen. Hier staat een 5 bij de honderdtallen. Hier staat een 5 bij de duizendtallen. Zo kunnen we doorgaan... Je ziet hetzelfde cijfer op een andere plaats. In 25.430 staan ze één plaats links van... ...de cijfers hier. Dus laten we nu 25.430 delen met 25.43 We weten al dat het eerste getal 10x groter is, dan dit getal. Dus als je het grotere getal deelt door het kleinere, dan krijg je 10. Dit getal is 10x groter dan dit getal. Nu zijn we klaar met oefening 1. Nu zijn we klaar met oefening 1.