Huidige tijd:0:00Totale duur:2:17
0 energiepunten
Ben je voor een examen aan het leren? Bereid je voor met deze 5 lessen op Optellen en aftrekken.
5 lessen bekijken
Videotranscript
We hebben hier een, twee, drie, vier, vijf bosbessen en we hebben een, twee, drie kersen. Als ik het totaal aantal vruchten wil uitrekenen, wat moet ik dan doen? Moet ik dan vijf en drie optellen? Of moet ik vijf min drie doen om het totaal aantal fruit te berekenen? Ik raad je aan om de video te pauzeren en dit zelf even te bedenken. Als ik het totaal aantal fruit wil berekenen, dan start ik met vijf bosbessen en nu heb ik er drie MEER. Ik ga er drie bijtellen. Ik krijg dus een groter aantal vruchten. Ik start met vijf en voeg er drie bij. Ik tel er dus drie bij. Hoeveel heb ik er dan? Wat is vijf plus drie? Het zijn een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht stukken fruit. Acht stukken fruit. Nu, wat zou vijf min drie hebben gegeven? Wat zou dat betekenen? Beeld je in dat je met vijf stukken fruit begint. Laat me dat even kopiëren en plakken. Dus als je start met vijf stukken fruit en er drie AFTELT, betekent dit dat je drie stukken van je fruit wegneemt. Dus neem er een, twee en drie weg. Hoeveel blijven er dan nog over? Je hebt alleen deze over: een en twee hier, dus vijf min drie is twee. Dus als iemand zegt: ik heb vijf bosbessen en drie kersen, hoeveel is dat? dan zal ik fruit optellen. Maar als iemand zegt: "Ik had vijf bosbessen, maar heb er drie opgegeten." Hoeveel heb ik er nog over? Dan heb je er twee over.