If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:3:24

Videotranscript

Ik wil opnieuw uitvinden wat dit onbekende voorwerp weegt. Maar nu beginnen we wat meer wiskunde erbij te gebruiken. Wiskunde is niet meer dan een symbolische taal om ideeën of relaties tussen dingen te beschrijven. Het eerste wat ik je vraag te doen, is te kijken of je een wiskundige manier weet om de relatie tussen deze en die kant van de weegschaal te beschrijven. Hier heb je wat tips: we weten dat ze even zwaar zijn, dus misschien moet je denken aan iets met een "="-teken. zodat je kunt laten zien dat dit hetzelfde is als dat. Denk er maar even over na. Okee, laten we het zo bekijken. Wat zie je aan deze kant? Daar hebben we ons geheimzinnige voorwerp, - dat zal ik voorstellen met een vraagteken - Maar dat is niet alles. Er zijn hier links ook nog 3 kilo's. Dat schrijf ik hier. Ik tel ze gewoon op, en ik neem aan dat het kilo's zijn. Dus hier links hebben we het onbekende gewicht en nog 3 kilo's. En wat hebben we rechts? Ik tel 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10 kilo's. Dus rechts staan gewoon 10 kilo's Wat weten we nog meer? We weten dat de weegschaal in evenwicht is. en dus dat dit gewicht hetzelfde is als dat gewicht. De weegschaal is immers zo getekend. We weten dat deze twee dingen gelijk zijn. En zo hebben we een vergelijking opgeschreven! Het vraagteken is onze onbekende. We weten niet wat dit onbekende gewicht is. Maar we weten wel dat als we er 3 kilo bij doen, het net zoveel weegt als 10 losse kilo's. Dus nu is mijn vraag: wat kunnen we met deze vergelijking doen, zodat we erachter komen wat de onbekende, het vraagteken, is. we noemen dat 'oplossen voor de onbekende'. In de laatste opdracht die we deden zagen we dat als we wilden weten hoeveel dit onbekende gewicht was, we 3 kilo van allebei de kanten moesten weghalen. Als we alleen 3 van één kant weg zouden halen, dan zou de weegschaal niet meer in evenwicht zijn. En dan zouden we niet kunnen zeggen dat het onbekende gewicht hetzelfde weegt als het linker gewicht. Om te kunnen zeggen dat ze gelijk zijn, moet dit allemaal in evenwicht zijn. In de vorige video verwijderden we daarom 3 kilo van allebei de zijden. Zo bleef de weegschaal in evenwicht. Met de wiskunde doen we precies hetzelfde. We gaan niet 3 van deze kant weghalen, want dan was het niet meer hetzelfde, dus we moeten van allebei de kanten 3 weghalen. We gaan 3 weghalen, of 3 aftrekken, van beide zijden van de vergelijking, zodat we in evenwicht blijven. Wat hebben we nu over aan de linkerkant? Net zoals hier hebben we alleen het vraagteken over. Drie min drie is gelijk aan nul. Dus: links hebben we alleen nog het vraagteken. Aan de rechterkant, hebben we nog 10 min 3, is 7. 10 - 3 = 7. Zo hebben we precies hetzelfde resultaat: het vraagteken is gelijk aan zeven. En als we dit in kilo's doen, dan weegt dit 7 kg.