Huidige tijd:0:00Totale duur:4:56

Afronden op honderdtallen

Videotranscript

We moeten 152, 137, 245 en 354 afronden naar het dichtstbijzijnde 100-tal, wat betekent dat je elk getal af moet ronden naar het dichtstbijzijnde meervoud van 100. Laten we ze één voor één bekijken. Laten we een getallenlijn tekenen. En hier tel ik in stappen van honderd. Hier heb ik 100, 200, 300 en 400 aangegeven allemaal meervouden van 100. Ga zo maar door, 500, 600, enzovoorts. Laten we beginnen bij 152 Waar hoort 152 thuis? Halverwege is 150, 152 zit iets verder naar rechts Dus hier zit 152. Dus wat zijn onze 2 mogelijkheden? Misschien kunnen we naar boven afronden Het meervoud van 100 boven 152 is 200. Het meervoud van 100 onder 152 is 100. Dus welke kant gaan we op? Ronden we af naar boven, naar 200 of ronden we af naar beneden, naar 100? Nou, als we naar het dichtstbijzijnde 100-tal afronden, kijken we één getal naar rechts. We kijken naar de plek van de tientallen om te besluiten welk meervoud van 100 het dichtstbij ligt. De regels zijn heel vergelijkbaar met het afronden van tientallen. We kijken één getal naar rechts. In dit geval, kijken we naar de plek van de tientallen. Als het een 5 of hoger is, ronden we af naar boven. Dit getal is 5 (of hoger), dus we ronden af naar boven naar 200. Dus dit ronden we af naar 152, ronden we af naar 200, wat ook logisch is. 152 is iets dichter bij 200. Het is 48 lager dan 200. Het is 52 hoger dan 100. Dus het is logisch om naar boven af te ronden. Laten we eens naar 137 kijken. Ik moedig je aan om nu op pauze te drukken. Probeer alle andere getallen naar het dichtstbijzijnde 100-tal af te ronden. 137 zal ongeveer hier zitten. 137 is hier. De twee mogelijkheden: naar beneden, naar 100 afronden. Dat is het meervoud van 100 onder 137. Of we kunnen naar boven, naar 200 afronden. Als we er alleen al naar kijken, is 137 veel dichter bij 100. Of we kunnen onze regel toepassen. Als we afronden naar het dichtsbijzijnde 100 tal, kijken we naar het getal aan de rechter kant. We kijken naar de plaats van de tientallen Als het een 5 of hoger is, ronden we af naar boven. Is het lager dan een 5, dan ronden we af naar beneden. Dus nu ronden we af naar beneden, naar 100. Laten we nu 245 proberen. Als je het nog niet zelf geprobeerd hebt, wil ik graag nogmaals benadrukken dat het heel belangrijk is om het zelf te proberen. Laten we 245 intekenen. 245 is ongeveer -- dit is 250 dus 245 is ongeveer hier. Laten we de regel nogmaals toepassen. Als we af ronden naar het dichtstbijzijnde 100 tal kijken we 1 getal naar rechts. We kijken naar de plek van de tientallen. We negeren de plek van de eenheden. We kijken hier naar de plek van de tientallen. Als het groter is of gelijk aan 5, dan ronden we af naar boven. Als het lager is dan 5, dan ronden we af naar beneden. Dus hier gaan we zeker naar beneden afronden. Als we naar beneden afronden, dan ronden we af naar het meervoud van 100 wat direct onder 245 ligt. Dus ronden we af naar 200. We hadden 2 opties. Als we naar boven zouden afronden, zouden we 300 kiezen. Als we naar beneden afronden, dan zouden we voor 200 kiezen. We zijn duidelijk dichterbij 200. En we kunnen dit met de regel bevestigen. Bij de tientallen zitten we in de 40. Het tiental is 4. We gaan naar beneden afronden. Laten we naar 354 gaan. Als we dit intekenen, dit is 350. 354 zal ongeveer hier zijn. Dus als we naar beneden afronden, dan kiezen we 300. Als we naar boven afronden, dan kiezen we 400. Laten we onze regel toepassen. Denk aan de getallenlijn. Het gaat erom dat we het meervoud van 100 vinden dat het dichtstbij ligt. Als je probeert af te ronden naar het dichtstbijzijnde 100 tal, kijk je naar de plaats van de tientallen, de plaats rechts van het getal waar je naar afrond. Als de plaats van het tiental 5 of hoger is, dan rond je af naar boven. Het is een 5 (of hoger) dus ronden we af naar boven, naar 400. Wat heel logisch is. Deze regel is erg waardevol. Als je 350 hebt, er precies tussen, dan gebruik je de regel en kijk je naar 5 en rond je af naar boven. Maar 354 is ook dichter bij 400 dan 300 Het is 54 hoger dan 300. en 46 lager dan 400. Dus is het logisch dat we naar boven afronden.