Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:5:50

Videotranscript

Dominique heeft op het plein een lijn van 72 cm getekend met blauw krijt. De lijn die ze heeft getekend ziet er ongeveer zo uit. En is 72 centimeter, 72 centimeter lang. Dus van hier tot daar is 72 centimeter. En een andere lijn met roze krijt die, laten we dit doen met roze krijt, een andere lijn met roze krijt, die 14 centimeter langer is dan de blauwe lijn. Hier teken ik de andere lijn. Dus de andere lijn.. oeps.. De andere lijn is 14 centimeter langer. Dus het ziet er ongeveer zo uit. De lijn is absoluut langer. En is 14 centimeter langer, Dus van hier tot daar, dat is hetzelfde, laat ik ze even lang maken, dat gaat 72 centimeter worden. Dat is 72 centimeter. Maar er is ook nog 14 centimeter over. Dus deze is 14 centimeter langer. Hoe lang is de lijn die Dominique tekende met roze krijt? Je kan 72 en 14 optellen. Dus 72 plus 14 is gelijk aan 2 eenheden + 4 eenheden = 6 eenheden, 7 tientallen + 1 tiental = 8 tientallen. Dus de langste lijn is 86, 86 centimeter Laten we er nog 1 doen. Een kabel van de Golden Gate Bridge is 33 meter lang. Een andere kabel is 13 meter langer dan de eerste kabel, laat ik een andere kleur gebruiken, is 13 meter langer dan de eerste kabel. Hoe lang zijn de kabels als we ze achter elkaar leggen? Er wordt niet gevraagd: 'Hoe lang is de langste kabel?' Zoals in het vorige voorbeeld. Ze willen weten hoe lang de kabels zijn als je ze achter elkaar legt. De eerste kabel is 33 meter, laat ik het zo tekenen, de eerste kabel is 33 meter lang. 33, en ik teken het niet op deze manier, want dit is hoe de kabels er in het echt uitzien. Dus deze kabel is 33... 33 meter lang. De andere kabel is 13 meter langer dan de eerste kabel. Deze andere kabel hier is 13 meter langer. Dus deze kabel hier is 13 meter langer. Wat is dan de lengte van deze kabel? Dat is de lengte van de eerste kabel, 33 plus 13. Deze is 13 meter langer. Plus 13, dat maakt... 3 + 3 = 6, 3 + 1 = 4. Deze hier is 46 meter lang. Er wordt niet gevraagd: 'Hoe lang is de tweede kabel?' Welke 46 meter lang is. Er wordt gevraagd: 'Hoe lang zouden de kabels zijn als we ze achter elkaar leggen?' Dus als we de kabel van 33 meter, als we deze van 33 meter hier neer leggen en dan daar achter, deze van 46 meter. Als we zoiets doen. We weten dat deze hier 33 meter lang is, en de volgende 46 meter, We kunnen kan 33 en 46 optellen om te weten hoe lang ze in totaal zijn. En wat gaat dat worden? Als we 33 plus 46, plus 46, 3 eenheden + 6 eenheden = 9 eenheden, 3 tientallen + 4 tientallen = 70...sorry.. 3 tientallen + 4 tientallen = 7 tientallen. Dat is 79 meter van uiteinde naar uiteinde. Laten we er nog een doen. Reynaldo heeft een sjaal van 36 centimeter. Hij heeft een sjaal van 36 centimeter lang. Hij besluit een stuk van zijn sjaal af te knippen, nu is deze nog maar 19 centimeter lang. Hoeveel centimeter heeft Reynaldo van zijn sjaal afgeknipt? Laten we zijn sjaal tekenen. De sjaal was 36 centimeter lang, dus dat zag er ongeveer zo uit. Dit was zijn sjaal eerst, als ik deze helemaal plat leg, en deze is 36 centimeter, 36 centimeter lang. Maar hij knipt een stuk van zijn sjaal af, dus nu is deze 19 centimeter lang. Nu is deze 19 centimeter lang. Nadat hij geknipt heeft ziet het er ongeveer zo uit.. ..misschien.. ..ik ga dit weer met groen tekenen. Dus nadat hij geknipt heeft, ziet zijn sjaal er ongeveer zo uit. Het ziet er ongeveer zo uit, want nu is deze nog maar 19 centimeter lang. 19 centimeter. Hoeveel heeft hij er af geknipt? Wat hij er af geknipt heeft is het verschil tussen 36 en 19. Hij heeft er afgeknipt, hij heeft dit er allemaal afgeknipt om de sjaal in te korten tot 19 centimeter. Dus hoeveel heeft hij er afgeknipt? Dit hier is 36 min 19. Het is het verschil tussen 36 en 19. Laten we bedenken wat dat is. Het is 36 min 19. Dus, als we... we hebben 6 eenheden, we willen er 9 eenheden aftrekken. Laten we dit hergroeperen. We nemen 1 tiental, en in plaats van 3 tientallen, hebben we 2 tientallen. En als we het tiental op de plaats van de eenheden zetten, hebben we 16 eenheden, in plaats van 6 eenheden. 16 - 9 = 7. 2 tientallen - 1 tiental = 1 tiental. Dus hij heeft 17 centimeter van zijn sjaal afgeknipt. Als hij begint met 36 centimeter, en er 17 centimeter afknipt, dan blijft er 19 centimeter over. En je kan dit ook andersom doen. Als je begint met 36, en er 17 centimeter afknipt, en bedenkt wat er over blijft. Dan zal je zien dat er 19 centimeter overblijft.