If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:6:14

Videotranscript

Ik begin wat voorzichtiger te worden met mijn gezondheid en begin mijn calorieën te tellen. Stel dat C het aantal calorieën is dat ik op een dag eet. Het aantal calorieën op een dag. En ik wil afvallen dus ik wil specifiek minder dan 1.500 calorieën per dag eten. Hoe kan ik dat uitdrukken als ongelijkheid? Ik wil dat de hoeveelheid calorieën op een dag kleiner is dan... En denk eraan, het kleinerdansymbool wijst naar de kleinere kant. Ik wil dat de calorieën minder zijn dan 1.500. Zo kan je het uitdrukken. Kijk, het aantal calorieën dat ik mag eten op een dag moet kleiner zijn dan 1.500. Ik moet er wel op letten als ik dat schrijf, dat als ik geen calorieën eet op een dag, of 100 calorieën, of 1.400 calorieën of 1.499 calorieën, als C, is dat allemaal goed. Dat is allemaal kleiner dan 1.500. Maar 1.500 calorieën dan? Klopt het dat 1.500 kleiner is dan 1.500? Nee! 1.500 is gelijk aan 1.500. Dus deze uitspraak klopt niet. Maar wat als ik tot en met 1.500 calorieën wil eten? Ik wil dat ik elke calorie mee kan krijgen. Hoe kan ik dat uitdrukken? Hoe kan ik uitdrukken dat ik tot en met 1.500 calorieën mag eten? Dus ik kan tot én met 1.500 calorieën eten. Nu is dit tot maar niet inclusief 1.500 calorieën. Hoe kan ik dat uitdrukken? Ik kan dat doen door een klein lijntje onder het kleinerdansymbool te zetten. Nu is dit niet alleen kleiner dan. Dit is kleiner dan of gelijk aan. Dus dit symbool zegt dat C kleiner óf gelijk aan 1.500 calorieën is. Dus nu is 1.500 een toegestane waarde voor C. Een legitieme hoeveelheid calorieën om in een dag te eten. Als we dit willen visualiseren op een getallenlijn, hoe we het zouden aanpakken... Stel dat dit onze getallenlijn is. Ik ga niet helemaal van 0 tot 1.500 tellen, Maar stel dat dit 0 is. Stel dat dit 1.500 is. Hoe we kleiner dan of gelijk aan 1.500 zien op een getallenlijn? We zeggen, kijk, je kan op 1.500 zitten. Dus daar zetten we een klein gevuld cirkeltje. En we kunnen kleiner zijn. Dus dan kleuren we alles kleiner dan 1.500. We zeggen, kijk, alles kleiner dan of gelijk aan 1.500 is goed. En dan zeg je "Wat als het nu niet kleiner dan of gelijk was? "Wat als het alleen kleiner dan was? Dat zal ik ook tekenen. Even terug naar het begin, als ik zei dat C kleiner is dan 1.500 zouden we dat zo tekenen op een getallenlijn. Dus stel dat dit 0 is. Dit is 1.500. We willen heel duidelijk maken dat we 1.500 niet mee willen nemen, dus we maken een open cirkeltje eromheen. Let op, als we 1.500 mee tellen is het een gevulde cirkel. Als we 1.500 niet mee tellen, dus alleen kleiner nemen dan dat, vullen we de cirkel expres niet, maar dan laten we zien dat je alles daaronder wel kan doen. Nu zeg je waarschijnlijk, "Oké Sal, je had kleiner dan en kleiner dan of gelijk. "Wat als je het andersom wil? "Wat als je groter dan en groter dan of gelijk wilt?" Laten we daar over nadenken. Stel dat ik ook meer water wil gaan drinken. Dus laten we een variabele definiëren. Stel dat w het aantal ons water is dat ik drink per dag. ...drink per dag. En ik las dat ik minstens... Ik neem zomaar een getal. 64 ons water per dag. Dus ik kan het opvatten als dat ik altijd meer dan 64 ons wil drinken. Dus dat is dat w groter is dan 64. Dus ik wil dat w de grotere is, dus de opening is richting de w. w is groter dan 64 ons. Hoe teken ik dat? Laat ik hier een getallenlijn tekenen. Stel dat dit 0 is. Dit is 64. Als ik strikt groter dan wil... In deze situatie is het niet goed als ik precies 64 drink. Die 64 is niet groter dan 64. Ik moet 64,01 ons drinken of 64,00001 ons. Het moet iets zijn dat groter is dan 64. Dus ik neem 64 niet mee, maar alles groter dan dat is gewoon prima. Wat als ik het wat minder strikt wil maken? Het is prima om precies 64 ons te drinken, of meer. Dan zou ik schrijven dat w groter is of gelijk aan 64. En dat zou ik zo tekenen op de getallenlijn... En ik schrijf natuurlijk niet alle getallen ertussen. Stel dat dit 0 is, en we gaan helemaal naar 64. Nu is het goed als ik precies 64 ons drink. Dus ik vul het cirkeltje nu. Hier liet ik het open omdat 64 niet een goed getal is. Nu is 64 helemaal goed. Ik kan precies 64 ons water per dag drinken, of meer! En dan ga ik zo langs de getallenlijn omhoog.