Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:2:05

Videotranscript

Laten we nu eens gaan kijken naar een formule met meer dan één variabele. Hier heb ik de formule: a + ..., a + ..., laten we een makkelijke nemen, a + b. En ik geef deze variabele een waarde, waarin a = 7. En b = 2. Je kunt de video pauzeren en het zelf te proberen. Iedere keer dat we de a tegenkomen, vervangen we hem door de 7. En elke keer als we de b zien, vervangen we het door de 2. Dus a = 7 en b = 2. Deze formule wordt dan 7 + 2, wat natuurlijk gelijk is aan 9. Dus de formule is gelijk aan 9, in deze situatie. Laten we een iets moeilijkere proberen. Stel, we hebben de formule: (x • y) - y + x, of laten we er + 3x van maken. Of anders gezegd, 3 maal x. Laten we de waarden opstellen. x = 3 en y = 2. Nogmaals, je kunt dit zelf ook proberen. Overal waar we een x zien, we vervangen dat door een 3, en waar een y staat wordt een 2. Dus dit wordt: 3 • y, en y is in dit geval 2. 3 • 2 - 2 + deze 3 maal x, maar x is nu ook gelijk aan 3. Dit wordt dan: 3 • 2 = 6 3 • 3 = 9 Dus dit komt dan uit op: 6 - 2 wat 4 is. Plus 9 en dat is gelijk aan 13. Dus de oplossing is 13.