If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:9:22

Videotranscript

Welkom bij de presentatie over het ordenen van cijfers Laten we beginnen met een aantal sommen waarvan ik denk, dat als je hopelijk door de voorbeelden heen loopt, dat je zult begrijpen hoe deze sommen op te lossen. Zo, laten we eens zien De eerste paar getallen die we moeten ordenen zijn 35,7%, 108,1%, 0,5, 13/93 en 1 en 7/68 Laten we dit eens oppakken Belangrijk om te onthouden als je dit type ordening van getallen doet, is dat je je moet realiseren dat dit allemaal gewoon verschillende manieren om te representeren zijn dit zijn allemaal een percentage of een decimale of een breuk of gemengde breuken -- het zijn allemaal gewoon verschillende manieren om getallen te vertegenwoordigen Het is erg moeilijk te vergelijken als je er gewoon op deze manier naar kijkt, dsu wat ik graag wil doen is dat ik ze graag allemaal naar decimalen wil converteren Maar er kan natuurlijk best iemand zijn die ze graag allemaal naar percentages wil omzetten of die ze allemaal naar breuken wil omzetten en dan vergelijken. Maar ik vind decimalen de makkelijkste manier om te vergelijken. Laten we starten met de 35,7%. En laten we dit omzetten in een decimale. Het makkelijkst om te onthouden is dat als je een percentage hebt je gewoon het percentage-teken weg moet halen en het boven de 100 zetten Dus 35,7% is hetzelfde als 35,7/100 Net als 5%, dat is hetzelfde als 5/100 of 50% is hetzelfde als 50/100 Dus 35,7/100 is eigenlijk hetzelfde als 0,357. Als dit je een beetje in de war brengt is een andere manier om over percentages te denken als ik schrijf 35,7%, het enige dat je moet doen is het percentage-teken weghalen en de komma twee plaatsen naar links schuiven en dan heb je 0,357. ik zal je hieronder nog een paar extra voorbeelden geven. Laten we zeggen dat ik 5% heb dat is hetzelfde als 5/100. Of als je de komma techniek toepast, 5%, dan kun je gewoon de komma verplaatsen en het percentage teken weghalen. En je verplaatst de komma na 1 en 2, en je zet een 0 hier neer Dan is het 0,05. En dat is weer hetzelfde als 0,05. Je weet ook dat 0,05 en 5/100ste hetzelfde is Dus laten we terug gaan naar de som. Ik hoop dat deze afleiding je niet teveel heeft afgeleid Wis dit allemaal uit. Dus 35,7% staat gelijk aan 0,357. Gelijk, 108,1% Laten we naar de techniek gaan waar we gewoonweg het percentage weghalen en verplaats de komma ruimte 1,2 plekken naar links. Dus dat staat gelijk aan 1,081 Dan weten we dat het kleiner is dan dit. Welnu, de volgende is makkelijk, het is al in komma-vorm 0,5 is gewoon gelijk aan 0,5. Nu 13/93. Om een breuk in een percentage om te zetten nemen we gewoon de noemer and delen het door de teller Laten we dat doen. gaat 93 in 13? We weten dat het nul keer in 13 past toch? Dus laten we een decimale toevoegen Dus, hoeveel keer past 93 in 130? Juist, het past er 1x in 1 keer 93 is 93. Wordt een 10. Dat wordt een 2. Dan gaan we lenen, en krijgen we 37. Breng het terug naar 0. Dus 93 gaat hoeveel keer in 370? Laten we kijken 4 keer 93 zou 372 zijn, dus eigenlijk gaat het er maar drie keer in. 3 keer 3 is 9. 3 keer 9 is 27. Dus dit staat gelijk aan? Kijk, dit staat eraan gelijk -- als we van de 0 een 10 maken Dan wordt dit 16. Dit wordt een 2. 81. En dan zeggen we, hoeveel keer past 93 in 810? Het gaat er grofweg 8 keer in. En we kunnen dit eigenlijk blijven doen, maar om de getallen goed te vergelijken, zijn we al aardig tot een goed niveau van accuraatheid gekomen. Dus laten we de som hier stoppen omdat de getallen achter de komma eindeloos door kunnen gaan maar om te kunnen vergelijken denk ik dat we al een goed gevoel hebben van hoe deze decimalen eruit zien Het is 0,138 en dan gaat het maar door Dus laten we dit opschrijven En dan, tenslotte, hebben we hier gemengde breuken Ik zal eerst wat van mijn werk uitwissen want ik wil je niet in verwarring brengen. Of eigenlijk, laat het me behouden zoals het nu is. Dus deze tween manieren de makkelijkste manier om een gemengde breuk om te zetten in een decimale is gewoon om OK, te zeggen dat dit 1 is en dan een of andere breuk die minder dan 1 is. Of we zouden het kunnen omzetten naar een breuk, een onechte breuk zoals --oh, eigenlijk zijn er geen onechte breuken hier. Maar laten we het op deze manier doen. Laten we het omzetten in een onechte breuk en het dan omzetten naar een decimale. Eigenlijk denk ik dat ik iets meer ruimte nodig heb, dus ik zal dit toch eerst een beetje schoonmaken. Nu hebben we een beetje meer ruimte om mee te werken. Dus 1 en 7/68. Dus ga van een gemengde breuk naar een onechte breuk, wat je doet is dat je 68 keer 1 doet en je voegt het hier aan de teller toe. En waarom is dit logisch? Omdat dit hetzelfde is als 1 plus 7/68. Toch? 1 en 7/68 is hetzelfde als 1 plus 7/68. En zoals je weet is dat hetzelfde. als de breuken module, als 68/68 plus 7/68. En dat is hetzelfde als 68 plus 7--75/68. Dus 1 en 7/68 staat gelijk aan 75/68. En nu gaan we dit in ene decimale omzetten gebruikmakend van de techniek die we ook gebruikten bij 13/93. Dus zeggen we---laat ik wat ruimte maken We zeggen dat 68 past in 75 argwaan dat ik ruimte tekort kom 68 gaat een keer in 75 1 keer 68 is 68. 75 min 68 is 7. De nul erbij zetten Eigenlijk hoef je de dedimale hier niet op te schrijven gewoon negeren 68 past een keer in 70 1 keer 68 is 68 70 min 68 is 2, zet er een nul bij 68 past geen enkele keer in 20. En de som gaat maar door, maar ik denk dat we alweer een keer, tot genoeg accuratesse zijn gekomen zodat we kunnen vergelijken. Dus we zijn erachter gekomen dat 1 en 7/68 gelijk staat aan 1.10 en als we door zouden gaan met delen, krijgen we meer decimalen die het accurater maken, maar ik denk dat we nu klaar zijn om te vergelijken. Dus alle getallen heb ik nu opgeschreven als decimalen Dus 35,7% is 0,357. 108,1%--negeer deze nu maar even omdat we die zojuist gebruikt hebben. Het is 108,1% staat gelijk aan 1,081. 0.5 is 0.5. 13/93 is 0,138. En 1 en 7/68 is 1,10 en het gaat maar door. Dus wat is de kleinste? De kleinste is 0. Of eigenlijk, de kleinste is hier. Nu ga ik ze rangschikken van klein naar groot. Dus de kleinste is 1,138. Dan is de volgende 0,357. Toch? Dan is de volgende 0,5. Dan heb je 1,08. En dan heb je 1 en 7/68. Dus hopelijk, eigenlijk ga ik nog wat meer voorbeelden doen die gemaakt zijn voor deze video, en dit is eigenlijk de enige waar ik tijd voor heb. Maar hopelijk geeft dit je een beeld van hoe je dit soort sommen moet aanpakken. Ik vind het altijd makkelijker om in decimalen modus te gaan om te vergelijken. En eigenlijk, de hints voor deze module zullen voor jou hetzelfde zijn. Maar ik denk dat je nu op z'n minst klaar bent om de sommen te proberen. En als je dat niet bent, en je wil nog wat voorbeelden zien, dan zou je deze video nog een keer kunnen bekijken en/of ik zal nu nog een paar video's opnemen met wat meer voorbeelden. In ieder geval, veel plezier.