If you're seeing this message, it means we're having trouble loading external resources on our website.

Als je een webfilter hebt, zorg er dan voor dat de domeinen *.kastatic.org en *.kasandbox.org niet geblokkeerd zijn.

Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:9:57

Videotranscript

Welkom bij de presentatie over eenheden. Laten we beginnen. Ik zorg dat mijn pen het doet. Goed. Stel dat iemand ... met een bepaalde snelheid rijdt. Laten we hem Zack noemen. We hebben dus Zack en hij rijdt met een snelheid van 28 voet per minuut. De vraag is: als hij 28 voet per minuut gaat, hoeveel inch legt Zack dan af in 1 seconde? Hoeveel inch per seconde gaat hij dan? Laten we dit eens proberen uit te zoeken. Stel ik heb 28, en hier schrijf ik "ft"voor voet, 28 ft/minuut, en ik schrijft "min" voor minuut. 28 voet per minuut dus. Laten we eerst eens uitzoeken ... hoeveel inch per minuut dat is. We weten dat er 12 inch in een voet zitten. Als je dat niet wist, dan weet je het nu. Er zitten dus 12 inch in een voet. En als je 28 voet per minuut gaat, dan ga je 12 keer zoveel inch per minuut. 12 keer 28 dus. Laten ik dat hier uitwerken. 28 x 12 geeft 16, 56 in 280. Ik moet eigenlijk niet zo slordig zijn. En hiervoor mag je best een rekenmachine gebruiken. Al is het altijd goed om het zelf te berekenen, als oefening. Dat wordt dus 6, 5 + 8 = 13. 336. Dat is dus 336 inch per minuut. En wat je misschien opgemerkt hebt is dat ik hier "voet" in de teller heb staan, en hier "voet" in de noemer. En eenheden kan je eigenlijk net zo behandelen als gewone getallen of variabelen. Je hebt hetzelfde getal in de noemer en in de teller, en je vermenigvuldigt in plaats van op te tellen, dan kan je ze tegen elkaar wegstrepen. De "voet" hier en de "voet" daar heffen elkaar op, en daarom houden we inch per minuut over. Ik had hier ook kunnen schrijven 336 voet/minuut x inch/voet. Want de voet/minuut kwam hiervandaan, en de inch/voet kwam hiervandaan. Daarna streep ik ze tegen elkaar weg, en hou ik inch per minuut over. Maar goed, ik wil je niet in de war brengen ... met dat wegstrepen van eenheden. Waar het om gaat is dit: Als ik 28 voet/minuut ga, dan ga ik 12 keer zoveel inch/minuut, want er zitten 12 inch in een voet. Dus ga ik 336 inch per minuut. Maar we zijn nog niet klaar, want de vraag is: hoeveel inch leg ik af... in 1 seconde. Laat ik wat van die zooi hieronder uitwissen. 336 inch/minuut, en ik wil weten hoeveel inch per seconde dat is. Wat weten we? We weten wat 1 minuut is. Ik schrijf hier "minuut", want ik wil die wegstrepen tegen deze minuut hier. Hoeveel seconden is 1 minuut? Het is gelijk aan 60 seconden. Dit gedeelte kan verwarrend zijn, maar doe een stap terug en ga na wat ik doe. Als ik 336 inch per minuut ga, hoeveel inch ga ik dan in 1 seconde? Leg ik meer dan 336 inch in een second af, of minder dan 336 inch? Nou, minder natuurlijk, want een second is een veel ... kortere tijd. Als ik dus een veel kortere tijd beweeg, dan leg ik ook een veel kleinere afstand af, als ik even snel ga. Ik moet dus delen door een getal, dat is logisch. Ik ga delen door 60. Ik weet dat dit een beetje verwarrend kan zijn, en daarom moet je altijd nagaan of je een groter getal of een kleiner getal verwacht te krijgen. Zo zie je altijd of het kan kloppen. En als je wil weten wat de eenheden worden, dan weten we uit de opgave dat we deze "minuten" weg willen werken, en er secondes van willen maken. Als we hier dus minuten in de noemer hebben, dan willen we hier minuten in de teller hebben, en dan de seconden in de noemer hier. En 1 minuut is gelijk aan 60 seconden. Dus nogmaals, de minuten ... heffen elkaar op. En dan krijgen we 336/60 inch/seconde. Als ik hier de deling uitvoer, dan kunnen we gewoon de teller en de noemer door 6 delen. 6 past hoeveel keer in 336 ? 56 keer. 56 gedeeld door 10. Dat kunnen we door 2 delen. Dan krijgen we 28 gedeeld door 5. 28 gedeeld door 5. 5 past 5 keer in 28, dat geeft 25. 3. 5,6. Dit is gelijk aan 5,6. Nu hebben we dus de opgave gedaan. Als Zack 28 voet per minuut gaat, dan gaat hij 5,6 inch per seconde. Ik hoop dat je het begrijpt. Eens kijken of we er nog een kunnen doen. Als ik 91 voet/seconde ga, hoeveel mijl per uur is dat dan? 91 voet per seconde. Als we willen weten hoeveel mijl dat is, moeten we dan delen of vermenigvuldigen? We moeten delen, want dit wordt een kleiner aantal mijl. We weten dat 1 mijl gelijk is aan 5280 voet, misschien kan je dit onthouden. Het is handig om te weten. En hier heffen de voeten elkaar op. Daarna willen we van seconden naar uren gaan. Als ik van seconden naar uren ga, en ik ga 91 voet per seconde, hoeveel voet leg ik dan in een uur af. Ik krijg dan een veel groter getal, want een uur is ... een veel langere tijd dan een seconde. Hoeveel seconden zitten er in een uur? Er zitten 3600 seconden in een uur. 60 seconden per minuut, en 60 minuten per uur. Dus 3600 seconde/uur. En deze seconden heffen elkaar op. Dan hoeven we nu alleen nog maar te vermenigvuldigen. We krijgen 91 x 3600 in de teller. 91 x 1 x 3600. En in de noemer hebben we alleen maar 5280. Deze keer gebruik ik een rekenmachine. Laat ik de rekenmachine tevoorschijn halen, zodat je ziet dat ik die gebruik. Eens kijken, 91 x 3600, dat wordt een groot getal, gedeeld door 5280. Eens kijken of ik dit in kan voeren. 91 x 3600 / 5280 = 62,05. Dit is dus gelijk aan 62,05 mijl per uur.