Hoofdmenu
Huidige tijd:0:00Totale duur:2:04

Videotranscript

In een taalklas is de verhouding meisjes en jongens 5 op 8. Dus voor elke 5 meisjes zijn er 8 jongens. In de hele klas zitten 65 studenten. Hoeveel meisjes zijn er? Interessant! Ze geven ons de verhouding van meisjes op jongens Maar ze willen dat we berekenen hoeveel meisjes er op het totaal van 65 studenten zijn. Dus we moeten niet de verhouding meisjes tot jongens hebben maar de verhouding meisjes op het totaal. We moeten uitvinden, wat is die verhouding? De verhouding meisjes-tot-jongens geeft ons wel een hint. Als er 5 meisjes zijn voor elke 8 jongens, hoeveel studenten zijn er dan totaal bij 5 meisjes? Voor elke 5 meisjes, heb je 5 meisjes en 8 jongens. Dat zijn 13 studenten totaal. Dus je telt de 5 en 8 op. De verhouding van meisjes op het totaal is 5 op 13. een ander manier om dit te zien is als volgt, verdeel de studenten in groepen van 13, dan heeft elke groep 5 meisjes en 8 jongens. Nu kunnen we wel uitvinden hoeveel meisjes er totaal zijn. Want er zijn 65 studenten in de hele klas. Dus hebben we niet één groep van 13, maar 65 studenten. En hoeveel groepen van 13 gaan er in 65? Als 5 keer 13 neemt, kom je op 65. 5x10 is 50 en 5x3 is 15. Dus 13x5 is 65. Dus, je hebt 5 groepen van 13, Voor elke groep van 13 geldt, dat die 5 meisjes bevatten. Vermenigvuldig dit met 5, dus 25 meisjes. Dus voor elke 65 studenten, Heb je 25 meisjes, gegeven de verhouding 5 op 8.